Foute wouten: corruptie bij de politie | Panorama

Je zou er zo overheen lezen.

“Politie verliest in 2019 meer politiemensen wegens plichtsverzuim dan in voorgaande jaren,” zo meldde de NOS onlangs. Honderdvijftig medewerkers zijn ontslagen en dat zijn er bijna dertig meer dan in 2018 en 2017.

Maar wat is plichtsverzuim? Dan moet u denken aan valsheid in geschrifte, fraude of schending van de geheimhoudingsplicht ofwel het lekken en/of achterhouden van informatie. “Slechts in een klein aantal gevallen werden gegevens doorgegeven aan criminelen,” aldus Lonneke Soudant, die zich bij de Nationale Politie bezighoudt met veiligheid, integriteit en klachten. Er is een naam voor zulke schenders: ‘politiemollen’. Een nieuw probleem is het zeker niet, want al in de jaren negentig zit de politie ermee in haar maag als corruptie in het Amsterdamse korps hoogtij viert. Agenten worden betrapt op handelen in drugs of het met behulp van hun kennissen en familie in roulatie brengen van gestolen goederen. Het gaat om normafwijkend gedrag, ofwel ‘naggen’ in politiejargon.

Zo moet een drietal Amsterdamse agenten in 1994 voor de rechter verschijnen. Het clubje heeft namelijk tientallen keren spullen als videocamera’s, walkmans, zonnebrillen of duikpakken uit opengebroken auto’s ontvreemd. En dat deden ze als de gedupeerden geen aangifte deden van de vermiste spullen of als op hun aangifteformulier geen type-of serienummer werd opgegeven.

De vraag hoe het zover heeft kunnen komen, houdt de rechter en het politiekorps op dat moment bezig. Speelt geldnood een rol, heeft het met de werkdruk te maken of zijn ze domweg niet gemotiveerd genoeg om fatsoenlijk politiewerk te leveren?

Op zoek naar een mogelijk motief komt men dan tot de voorlopige conclusie: het heeft alles te maken met het hellend vlak waarop agenten werken, met het risico om langzaam af te glijden. Agenten komen natuurlijk altijd in contact met verleidingen… De legendarische Rotterdamse oudhoofdcommissaris Blaauw komt in de jaren tachtig met een kort en bondig lijstje van de zeven IJzeren D’s op de proppen die corrupt gedrag in de hand kunnen werken: drank, dames, drugs, dubbeltjes, dobbelen, dalven (bietsen) en dirty tricks.

Naggen begint vaak klein met dalven, ofwel korting bietsen bij bijvoorbeeld winkeliers. Een winkelier geeft dan korting aan de agent in ruil voor extra toezicht, korting in ruil voor privileges dus, een voor-wat-hoort-wat-systeem. Ook horecaondernemers geven om goodwill te kweken dienders korting op hun koffie, pizza’s of hamburgers. Je kunt tenslotte de politie maar beter te vriend houden, is het idee.

Nu, ruim twintig jaar later, is corruptie uitgedraaid op keiharde business. De problemen beginnen al bij het screenen van de mensen. Steeds minder politiemedewerkers worden onderworpen aan de zwaardere vormen van onderzoek en er is nauwelijks sprake van tussentijdse screening. Sterker nog: de leden van de basiseenheden van de politie worden onderworpen aan de laagste vorm ervan.

Een ander probleem is de bijzonder hechte cultuur binnen zo’n organisatie vol handhavers. Collegialiteit en loyaliteit zijn belangrijke waarden die noodzakelijk zijn om elkaar te kunnen vertrouwen en op elkaar te kunnen leunen en steunen in moeilijke omstandigheden. Niks mis mee, natuurlijk. Maar de meer duistere kant van zo’n cultuur is dat medewerkers elkaar soms tot het uiterste willen beschermen… Loyaliteit is een groot  goed. Zowel binnen de politie als met haar achterban. Maar probleemloos is het zeker niet.

Een ander punt van aandacht is dat leidinggevenden tekortschieten in hun toezicht op de medewerkers. Met andere woorden: ze spreken noch elkaar noch hun medewerkers aan op hun dubieus gedrag. En dat moet anders: ze moeten klip en klaar de boodschap uitdragen wat gewenst en wat ongewenst gedrag is binnen de organisatie. En dan hebben we nog te maken met het gemak waarmee agenten via hun diensttelefoon toegang kunnen krijgen tot de verschillende data- en registratiesystemen. Sinds kort is er wel het een en ander verbeterd op dat gebied. Maar scherpere maatregelen om afwijkende patronen in zoekgedrag op te sporen, of zelfs maar steekproefsgewijze controles uit te voeren, roepen nogal wat weerstand op binnen de loyaliteitscultuur van de politie. Politiemensen hebben namelijk blind vertrouwen in elkaar en in elkaars integriteit. Daarom laten ze zich niet graag corrigeren.

Onderdeel van een criminele organisatie: Mike D.

Wie mogelijk ook een loyaliteitsprobleem heeft, is rechercheur Mike D. uit Kerkrade die je wellicht een fanatiekeling zou kunnen noemen.

Hij is heel nieuwsgierig naar wat er zich allemaal afspeelt in de wijk waar hij woont en werkt. En dus logt hij regelmatig in op het politiesysteem om te checken op namen en te controleren of er onderzoeken naar hen lopen.

Een soort van hobby die wat uit de hand loopt omdat anderen daar een slaatje uit willen slaan. Zijn familie bijvoorbeeld. Neef Coen D. – actief in de drugshandel – wil graag aan die vertrouwelijke politieinformatie komen. Dus deelt (verkoopt) Mike die met hem. Ook de ouders van de neef profiteren ervan en zijn betrokken bij het bewaren, transporteren en verhandelen van drugs. Een familieaangelegenheid dus.

Een goede bekende van de politie, Marc I., die ook in de drugs zit, wil ook graag geïnformeerd worden. En dus bekijkt Mike of Marc in beeld is bij de politie en of er een actie tegen hem gepland staat. Als er vanaf februari 2011 bij de politie-eenheid Limburg vijf anonieme tips binnenkomen over een mogelijk lek bij de politie, start op 16 april 2014 een onderzoek naar D.

Benieuwd naar hoe dit afloopt? Het hele artikel lees je in de Panorama van deze week, of via Blendle.

Bron:

https://panorama.nl/artikel/242328/foute-wouten